De stap naar liberalisme 2.0

De Westerse wereld kent een heleboel liberale kenmerken zoals democratie, een grondwet, scheiding tussen de machten en vrijheid van meningsuiting. Tegelijkertijd worstelen we met mensen, die zelf wel willen demonstreren maar demonstraties van anderen onmogelijk maken. Ook hebben we geen oplossing voor geloven, die openlijk verklaren dat b.v. vrouwen of homo’s niet gelijkwaardig zijn.  

 

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van niet-liberale ontwikkelingen, die gewoon deel uitmaken van onze samenleving en haar mede vorm geven. Sterker nog: steeds meer van deze groeperingen hebben (forse) kritiek op liberale onderdelen van onze samenleving. Dat leidt wat mij betreft tot de vraag of onze samenleving eigenlijk wel liberaal is te noemen. Is het niet beter om te zeggen dat we een belangrijke slag hebben gemaakt en nu halverwege zijn?

 

Stap 1 is gezet – de liberale overheid

Als je goed kijkt naar alle liberale verworvenheden dan valt één ding heel erg op: de  uitvoering en bewaking hiervan ligt bij de overheid. De overheid is daarbij als een soort snoepwinkel die allerhande lekkers aanbiedt en iedereen is vrij om binnen te stappen en er gebruik van te maken. Ieder mag zijn of haar grondrechten claimen, je mag alles zeggen en als je het niet met elkaar eens wordt dan leg je het voor aan een onafhankelijke rechter. De overheid kan op haar liberale principes getoetst worden en de burger doet dit de hele dag door.

 

In mijn ogen wordt het werk van de overheid dan een soort van dweilen met de kraan open. Dat is ook precies wat ik steeds meer om me heen zie gebeuren: vrijheid van meningsuiting die wel heel vrij wordt gebruikt, rechters die worden overvraagd en tolerantie voor intolerant gedrag zijn maar een paar punten waar onze liberale waarden (fors) worden getoetst. Mijn conclusie is: de overheid wordt wel getoetst op haar liberale principes, maar de burgers niet.

 

Mijn voorstel voor stap 2 – de liberale burger

In dat kader stel ik een volgende stap voor: niet alleen de overheid moet zich inzetten voor onze liberale waarden, maar de burger moet dat ook doen. Laat de burger eens stoppen om alleen maar te consumeren uit de liberale snoepwinkel. Je kunt ook als burger investeren in een vrije samenleving. Dat betekent dan wel dat je je moet verdiepen in een ander, je moet aandacht hebben voor elkaar en wat voor elkaar over hebben. Vanuit die gedachte kun je toetsen wie er mee helpen om de samenleving vrijer te maken en wie dat niet doen.

 

Al enige jaren toets ik het gedrag van mensen aan de vraag of ze met hun gedrag ook meehelpen om de vrijheid van een ander te vergroten. Ieder voorbeeld van (in mijn ogen) negatief gedrag is een voorbeeld waarbij de persoon in kwestie wel alle vrijheid voor zichzelf wil, maar geen vrijheid gunt aan anderen. Hoe meer ik me stoor aan het gedrag hoe meer er sprake is van onbalans. Het is een makkelijke toets: kijk voor jezelf eens waar je je aan stoort en bepaal dan of de persoon waar je je aan stoort zelf alle vrijheid wil of ook vrijheid heeft gegund aan een ander.

 

Het gaat er om dat je de balans zoekt

Uiteindelijk gaat het om balans. Als mensen de vrijheid van meningsuiting belangrijk vinden dan kun je van hen ook verlangen dat ze ruimte geven aan een andere mening. Als mensen het belangrijk vinden om hun geloof te belijden in volle vrijheid dan zou het logisch moeten zijn dat zij ook anderen de volle vrijheid geven om een ander geloof te belijden. Als je het belangrijk vindt om je eigen keuzes te maken dan moet je niet aan anderen jouw keuzes opdringen.

 

Niet iedereen zoekt die balans tussen de eigen vrijheid en de vrijheid van een ander. Femicide, stalking of schandalig gedrag voor het krijgen van likes op social media zouden geen discussie op moeten leveren. Dat doen ze wel, omdat de liberale ankers vervagen. Veel mensen vinden de bescherming van een groep belangrijker dan het wangedrag van individuen binnen deze groep. Of ze steunen een overheid die zwakkere mensen voorrang geeft op succesvolle mensen. Of een overheid die terug wil naar ‘vroeger toen alles beter was’. In die gevallen wordt aan de overheid gevraagd om niet-liberale waarden op te nemen in haar beleid. Dan is het bijvoorbeeld mogelijk dat overheidsdienaren religieuze uitingen gaan dragen of dat bepaalde groepen meer in bescherming worden genomen dan andere groepen.

 

Als veel niet-liberale burgers de overheid opdragen om niet-liberaal beleid uit te gaan voeren dan vervaagt de eerste stap van de liberale revolutie steeds meer.  Alleen als we de tweede stap in een liberale revolutie gaan zetten en toetsen wie geen vrijheid aan een ander gunt dan kan een liberale overheid liberaal blijven.

 

Geen moment te verliezen zou ik zeggen.

 

Peter Lamberts

 

Lees ook mijn boek: Liberalisme in de 21e eeuw

 

En praat mee in onze Facebook-groep