Inleiding
We hebben als mens een geschiedenis van enkele miljoenen jaren, maar alleen sinds de Verlichting is er een serieuze poging om te zorgen dat alle leden van de samenleving iets mogen hebben dat we ‘vrijheid’ noemen. Vrijheid was er volop, maar dit was alleen beschikbaar voor een elite en ging ten koste van alle andere leden van de samenleving.
De liberale filosofen hebben tijdens de Verlichting een geweldige ommekeer teweeg gebracht waar zeer velen in de Westerse wereld tot vandaag de vruchten van plukken en waar velen buiten de vrije wereld deel van uit willen maken. De vraag is alleen of de Verlichtingsfilosofen in hun streven zijn gekomen tot een universele waarheid, die onder iedere omstandigheid blijft functioneren. In deze column wil ik dieper ingaan op de achterliggende argumentatie bij ‘ik denk dus ik besta’ en de ‘natuurlijke toestand’ waar respectievelijk Descartes en Locke een absolute doorbraak mee hebben veroorzaakt. Vervolgens wil ik nagaan wat ze hiermee hebben bereikt en tenslotte zal ik pleiten voor een update, die past bij 2025.
De kracht van het liberale gedachtengoed – toen
De cruciale stellingname rondom de vrijheid heeft Descartes gegeven in zijn ‘Over de methode’. Daarin stelt hij dat alles wat je ziet, voelt, ruikt of proeft in een droom anders kan zijn dan de werkelijkheid en daarom niet waar en waarachtig.
Vervolgens stelt hij dat dit niet opgaat voor de gedachte. Deze is onfeilbaar en een onvervreemdbaar bezit dat iedere burger heeft. Zijn beroemde uitspraak “ik denk, dus ik besta” volgt hieruit. Vervolgens wijdt hij diverse pagina’s aan het bewijs dat de gedachte niets minder is dan de ziel, die door God in ons lichaam is geplaatst. Deze ziel is onsterfelijk en zal ook na het overlijden van het lichaam blijven voortbestaan en bewijst ook dat God bestaat. Kortom: niemand kan de gedachte raken – ook de machthebbers van dat moment niet – zonder de gift van God aan
Alleen de gedachte kun je niet afnemen. Volgens Descartes kwam deze van God.
iedere mens geweld aan te doen.
Hiermee doet Descartes iets dat zeer fundamenteel is: hij bepaalt namelijk dat iedere individu los van een vorst of een geestelijke iets heeft dat van zichzelf is en niet kan worden ontnomen. Tegelijkertijd zet hij ieder individu op gelijke hoogte met de vorst en de geestelijke, die immers hun positie claimen vanuit hun directe contact met God: Descartes maakt iedereen gelijkwaardig. Locke geeft hier enige decennia later een vervolg aan in ‘Over het staatsbestuur’. Hierin geeft hij aan dat op basis van de natuurtoestand iedere individuele mens recht heeft op vrijheid. Deze natuurtoestand is volledig gebaseerd op de rede, die de mens door God gegeven is. Beseffende dat God en de natuur in de tijd van Descartes en Locke gelijke begrippen waren wordt de gelijkwaardigheid van iedere individu ten opzicht van adel en geestelijkheid bevestigd. Een ongekende doorbraak.
Het succes van het liberale gedachtengoed – rond de realisatie
Deze basis wordt vervolgens door diverse Verlichtingsdenkers theoretisch verder uitgewerkt. Het feodale systeem van heersen waarbij de adel en geestelijkheid alle bepalende functies invullen wordt vervangen door een andere stijl van heersen waarin de burger bepaalt wie er mag heersen (democratie), waarin de rechterlijke macht wordt geobjectiveerd (trias politica), waarin alles gezegd mag worden zolang het niet oproept tot geweld tegen een ander (persvrijheid) en de overheid in brede zin in dienst komt te staan van de burger door het organiseren van activiteiten waar een individuele burger (of een kleine groep van burgers) niet de slagkracht voor heeft, terwijl de resultaten wel in het belang van alle burgers zijn.
Het traject dat begint met de Magna Carta (1215) komt na deze periode in een stroomversnelling tussen de eerste grondwetten in Amerika en Frankrijk en 1848; het jaar waarin vrijwel alle West-Europese landen een (geëvolueerde) grondwet kregen, die nog steeds fier overeind staat. In deze liberale grondwet zijn de rollen volledig omgedraaid en bepalen burgers wat de bewegingsruimte is van de overheid in plaats van dat de overheid bepaalt wat de bewegingsruimte is voor de burgers. Deze overheid zet zich dan ook in voor een samenleving waarin alle burgers gelijke kansen hebben om zich te ontwikkelen.
De Verlichting heeft een geweldige stap gerealiseerd. Nu is het tijd voor de volgende stap.
Mijn conclusie – als ik kijk naar de sterke en zwakke kanten van het liberalisme anno 2025 – is dat er tijdens de Verlichting een gigantische stap is gemaakt naar vrijheid, maar dat deze stap niet compleet is geweest. Dat is geen verwijt; integendeel zelfs. De boeken van Locke en veel tijdgenoten weerspiegelen de worsteling om de rol van de koning en God volledig los te laten. Het werk van Descartes ‘Over de methode’ bevat ongeveer net zo veel
verontschuldigingen naar de machthebbers over mogelijke overtreding van hun gedachtengoed dan dat het ingaat op de gedachte, die hun hele positie zou wegvagen. In een dergelijke omstandigheid kun je wel ver vooruit kijken, maar is het onmogelijk te verwachten dat er wordt gedacht over ontwikkelingen voorbij de horizon van je ideaal.
De transformatie van het liberale gedachtengoed - nu
Het essay ‘Over de methode’ van Descartes bevat naast zijn beeld over vrijheid (‘ik denk dus ik besta’) nog twee belangrijke opmerkingen. In de eerste plaats geeft hij aan dat hij afstand wil nemen van alles wat voor hem is gezegd en geschreven. Vervolgens geeft hij aan dat zijn gezonde verstand het enige wat hij wil gebruiken om tot een nieuwe en onwrikbare waarheid te komen. Zonder me te willen verbeelden ook maar in de schaduw van Descartes te kunnen staan is dit wel precies wat ik wil doen in het boek dat ik aan het voorbereiden ben en waar deze column de opening van zal zijn: alles wat er voor me is gezegd vergeten en met mijn gezonde verstand tot een nieuwe waarheid komen.
De kern van dit nieuwe inzicht is in de kern extreem simpel:
· Als we vinden dat de individuele burgers samen bepalen (bottom-up) hoe de samenleving er uit ziet en
· Als we vinden dat ‘vrijheid’ cruciaal is
Waarom zetten we ons als individuele burger niet meer in om te zorgen dat mensen om ons heen zich vrij kunnen ontwikkelen en laten we dit over aan de overheid?
We weten anno 2025 dat de gedachte niet van God komt en we weten ook dat de gedachte niet vrij is. Descartes kon nog niet bekend zijn met technieken als hersenspoelen e.d. waardoor de gedachten van mensen kunnen worden ‘gestolen’. We weten ook dat de burgers de bewegingsruimte van de overheid bepalen en via die omweg de vrijheid kunnen verspreiden, die ze als individu niet tot stand kunnen brengen. Dat neemt echter niet weg dat ze zich niet hoeven te beperken tot het verspreiden van vrijheid via een omweg, maar het ook rechtstreeks kunnen verspreiden daar waar het hun slagkracht wel toestaat.
De kracht in de gedachte van Descartes en Locke was dat ze de individu gelijk trok met de machthebbers waardoor de burgers de machthebbers konden worden. De zwakte was dat ze die vrijheid wel top-down via God aan ons lieten komen. In deze geseculariseerde wereld is de enige wijziging die ik voorstel dat de vrijheid niet van boven komt, maar van opzij; van onszelf. Meer is het niet en toch is het helemaal anders.
Met liberale groeten,
Peter Lamberts
