Verslaving - de vijand van vrijheid

Ontwerp: Hanjo Lamberts

Het is – in verschillende varianten – een bekend standpunt in liberale kring: “Je bent vrij om te kiezen voor je eigen ongeluk.” Op één vorm van ‘kiezen voor ongeluk’ storten wil ik hier specifieke uitlichten: hoe als liberale samenleving om te gaan met verslavingen?

 

De kern van een verslaving

Een verslaving is een zorgpunt, omdat het je vrijheid ontneemt. Zeker de laatste decennia wordt de Westerse samenleving in steeds hogere mate geconfronteerd met nieuwe vormen van verslaving, die mensen totaal afhankelijk maken en hen dwingen tot bepaald handelen waarbij zowel de vrijheid van henzelf als de vrijheid van mensen in hun omgeving totaal geen onderwerp is. Iedereen die vrijheid belangrijk vindt dient dan ook iets te willen doen om deze vormen van verslaving uit de samenleving te bannen.

 

Mijn insteek is: je bent vrij om te kiezen voor ongeluk als je na verloop van tijd ook maar de vrijheid hebt om terug te keren indien je dit niet langer wilt. Een verslaving is bij uitstek iets waarvan je deze vrijheid niet krijgt en daarom moet je als samenleving bepalen hoe je daar mee om moet gaan.

 

Andere vormen van verslaving

Naast de zware verslavingen zijn er twee andere groepen verslavingen. Beide vormen kenmerken zich door het feit dat de nadelige effecten pas op langere termijn zichtbaar worden en niet bij iedereen in dezelfde mate.

 

Enerzijds zijn er de ingeburgerde vormen van verslaving: alcohol en tabak. Los van het gezondheidsaspect (daar gaat deze column niet over) zijn er hele volksstammen, die zich rustig kunnen beperken tot een beperkt effect en geen verslavingspatroon ontwikkelen. Anders dan bij roken geeft een beperkt gebruik van alcohol ook geen negatieve effecten aan anderen.

 

Anderzijds zien we modernere vormen van verslaving ontstaan. Als ik één hap chocolade eet dan ontwikkelt zich een stemmetje in mijn hoofd, die me ‘helpt’ om de heel reep op te eten. Gelukkig lukt het mij om zonder problemen in de winkel voorbij de chocoladerepen te lopen zonder deze te kopen (want dan gaan ze op), ik houd niet van frituur en ook niet van suikers. Dit neemt niet weg dat steeds meer mensen verslaafd raken aan gokken, te veel suiker, te veel vet of te veel van whatever.  Het stemmetje in je hoofd dwingt je tot bepaald gedrag en ontneemt je je vrijheid. Net als alcohol heeft dit verslavingsgedrag in de regel vooral effect op jezelf en pas bij zeer ernstige vorm op je omgeving.

 

De rol van de overheid en de rol van de individu

De klassieke benadering van het liberalisme richt zich in hoge mate op de rol van de overheid waar het gaat om het verspreiden van vrijheid. Dat is ook logisch, want alleen een overheid kan zorgen voor b.v. veiligheid, een rechtstaat, onderwijs en zorg; belangrijke elementen voor de vrijheid van haar burgers. De burger is niet helemaal zonder rol; zo geeft John Stuart Mill ook aan dat je je vrijheid niet mag verkwanselen door je als slaaf te verkopen.

 

Dit is een belangrijk aanknopingspunt voor de huidige liberalen in de zoektocht naar de vraag hoe om te gaan met m.n. de ernstige verslavingsvormen. Dit woord zelf geeft al aan dat je je feitelijk tot slaaf maakt; niet van een persoon, maar van een bepaalde stof.

 

De hele opzet van mijn columns is niet om de traditionele rol van de overheid te vervangen door de rol van de burger, maar om de rol van de burger een prominentere plaats te geven in het liberale denken. In de discussie rondom verslavingen kan dit bijvoorbeeld worden ingevuld via de kerntakendiscussie:

Ø  Het is in eerste instantie aan de burger om te bepalen hoe de samenleving er uit moet komen te zien. Ik heb in een eerdere column “De vrijheidslijn” geïntroduceerd waarlangs je kunt bepalen in welke mate er sprake is van vrijheid of onvrijheid. Dit kun je gebruiken als referentie voor een maatschappelijke discussie;

Ø  Dan is het aan een overheid om het maatschappelijke debat te faciliteren. In het kader van verslavingen kun je dan in ieder geval helder informeren rondom de effecten van verslavingen op je vrijheid. Je kunt dan ook besluiten in welke mate het is toegestaan om voor bepaalde producten reclame te maken (of te voorzien van een waarschuwing);

Ø  Voor de uiteindelijke invulling door de overheid is het aan de samenleving als geheel om te bepalen hoe om te gaan met verslavingen en de partijen, die deze verslavingen mogelijk maken. Dit leidt dan tot een mandaat aan de overheid een mandaat om daar naar te handelen.

Ø  Tenslotte is het aan de overheid om uitvoering te geven aan dit mandaat;

Ø  Uiteraard is het ook aan de burger zelf om binnen haar eigen mogelijkheden mensen te helpen om van hun verslaving af te komen. Sommige dingen kun je beter doen op overheidsniveau, maar andere zaken – zoals het geven van persoonlijke hulp – kan ook heel goed (en vaak: beter) gedaan worden door de burger zelf.

 

Net als met alles is een conclusie van een maatschappelijke discussie nooit een sluitstuk. Juist de uitvoering van een maatregel leert ons de voor- en nadelen én geeft ons zicht op eventuele nieuwe ontwikkelingen. De wijze waarop je om kunt gaan met een mandaat van de overheid (lees: de flexibiliteit of starheid  van regelgeving) is een onderwerp voor een andere column.

 

Met liberale groeten,

 

 

Peter Lamberts