Toen het internet in de jaren 90 zijn intrede deed in de huiskamers, werd informatie delen makkelijker dan ooit tevoren. De hele wereld was met een paar muisklikken binnen handbereik. Kranten, tijdschriften en andere mediabedrijven zagen in hoog tempo hun informatievoorziening verschuiven van offline naar online diensten. Wie niet meeging, liep de boot mis. Begin jaren 2000 vroegen veel mensen zich nog wel af of ze eigenlijk wel een mobiele telefoon nodig hadden – het antwoord was vaak: "nee".
Tegenwoordig is het internet niet meer weg te denken en zijn de digitale en fysieke wereld innig met elkaar verweven. Bij vrijwel alles wat we dagelijks doen, gebruiken we een smartphone. Niet primair om mee te bellen, maar als alles-in-één-apparaat: het digitale Zwitserse zakmes waar je ook nog mee kunt bellen. E-mail, appen, sociale contacten onderhouden, boodschappen doen, nieuws volgen, bankzaken regelen, betalingen verrichten: het kan er allemaal mee. Ook de overheid is meegegaan in deze ontwikkeling. Waar je vroeger je belastingaangifte nog op papier invulde, is die tegenwoordig voor veel mensen al grotendeels vooraf ingevuld. Je hoeft hem alleen nog maar te controleren en te ondertekenen met DigiD. Ook het delen van informatie is nu eenvoudiger dan ooit. Het gemak is zo groot en zo vanzelfsprekend geworden dat weinig mensen stilstaan bij de risico’s die datzelfde gemak met zich meebrengt. Denk je wel eens na over wat anderen met jouw gegevens kunnen doen? Veel mensen – vooral jongeren – houden zich daar niet mee bezig. Het is gemakkelijk, leuk en, niet te vergeten, zeer verslavend.
Wanneer je aan de overheid denkt, denk je al snel aan verplichtingen: belastingaangifte (al genoemd), een verplichte zorgverzekering, een rijbewijs om te mogen autorijden, enzovoort. Liberalen hebben bij voorkeur een zo klein mogelijke overheid met weinig regels; een overheid die zich zo min mogelijk bemoeit met je privéleven en er vooral is als je haar echt nodig hebt. Sommige taken zijn vanzelfsprekend overheidstaken: defensie, openbare orde, infrastructuur, noem maar op. Maar hoe zit het met digitalisering? Wat mag de overheid wél en wat juist niet? Censuur en een ‘Big Brother’-achtige controle zijn in onze “vrije” digitale wereld heel eenvoudig te realiseren, maar niemand zal daar direct voorstander van zijn, want persoonlijke vrijheid en vrijheid van meningsuiting is immers een groot goed.
Het internet kent relatief weinig harde regels. Het is immers van ons allemaal: zonder de hieraan aangesloten computers en servers bestaat er simpelweg geen internet. Het internet is uitgegroeid tot een enorm netwerk waarin veel kan en veel mag, maar dat ook intensief wordt misbruikt voor zaken die we liever niet zien: cybercrime, ransomware, hacking, verspreiding van gestolen of strafbare content, privacy schendingen, enz. Bedrijven en overheden moeten zich inmiddels houden aan strenge regels rondom gegevensbescherming en beveiliging (denk aan de AVG). Er zijn ook strenge controles, maar toch gaat het regelmatig mis. Denk bijvoorbeeld aan de beruchte ransomware-aanval van een paar jaar geleden op de gemeente Hof van Twente in 2020 waarbij systemen dagenlang plat lagen, het herstel vele maanden heeft geduurd en de schade uiteindelijk in de miljoenen liep. Doordat ze hier open over waren hebben anderen er van kunnen leren, maar wat kun je zelf doen? En wat als het toch misgaat? Hoe maken we onszelf weerbaarder? Hoe beschermen we onze persoonlijke gegevens beter? Wat betekenen opkomende technologieën zoals AI en kwantumcomputers voor onze privacy en veiligheid? En wat te doen als een naaste overlijdt en je diens sociale media-accounts wilt kunnen beheren of laten verwijderen?
Mijn pleidooi is om digitalisering – net als autorijden – serieus aan te pakken vanuit de overheid, maar dan wel op een behulpzame manier. Geen verplicht ‘computerrijbewijs’ of nieuwe dwangmiddelen, maar wel digitalisering als volwaardig vak op de basisschool (en verder in het onderwijs). Een vak waarin basale, maar cruciale vragen aan bod komen: hoe werkt dit eigenlijk, wat zijn de risico’s, hoe ga je er veilig en verantwoordelijk mee om? Leer kinderen – én onszelf – niet door verboden op te leggen, maar door vaardigheden en bewustzijn mee te geven. Zodat we de komende generaties leren omgaan met al het mooie wat digitalisering met zich meebrengt: op een veilige, kritische en vooral verantwoorde manier.
De kinderen van nu zijn de bestuurders van de toekomst. Kinderen die opgroeien in een vooral functionele digitale wereld waarin je met één klik al geprikkeld wordt en de volgende klik alweer om de hoek staat. Een waar je digitaal gelijkwaardig lijkt te zijn aan elkaar, maar is dat ook zo? We leren op het werk niet zomaar ergens op te klikken, phishing mails kennen we allemaal, maar de telefoons en tablets waarmee onze kinderen opgroeien dwingen je toch die klik te zetten en achter elke klik zit die beloning waar criminelen dankbaar gebruik van maken. Verbieden of educatie? We hebben toch geleerd: voorkomen is beter dan genezen? Voorkomen van schade door cybercrime in wat voor vorm dan ook, begint dan ook bij de jeugd, bij verantwoordelijk gebruik als onderdeel van je opvoeding en voor onze hele gemeenschap begint de route naar veilige digitale vrijheid op school. Niet als bij of keuze vak, maar als basisvaardigheid zoals rekenen en taal.
Met liberale en digitale groet,
René de Vries
