Een theologische variant op de bron van vrijheid

Descartes schreef ‘ik denk, dus ik besta’ en bewees vervolgens dat de gedachte door God is gegeven, dus onfeilbaar en – net als de ziel – onsterfelijk. Het is een belangrijke basis voor ons denken over vrijheid ook al beseffen we totaal niet meer welke theologische onderbouwing Descartes hierbij gaf. Dit gaat zelfs zo ver dat liberalen de dominantie van de religie hebben geneutraliseerd dankzij een religieuze redenering.

 

Het bewijst de kracht van een oneliner – ook al in 1637. Dit neemt niet weg dat ik jullie graag mee wil nemen in twee theologische werken, die bepaald geen oneliners zijn. Het is een uitstapje in een bijzondere wereld waar ik pas een mening over kan hebben als ik dood ben, maar die een aardig inkijkje geeft in wat mogelijk de bron van ‘vrijheid’ is.

 

Boek 1: een cursus in wonderen

Als kind las ik een uitspraak van Plato dat alles wat we waarnemen met onze zintuigen misleiding is. Onze ogen, oren, neus, smaak en huid spannen samen om ons een ervaring te geven die we ‘wereld’ noemen. De werkelijkheid is echter dat onze zintuigen samenspannen om ons te laten geloven wat we waarnemen, maar alles wat onze zintuigen ons meegeven is niet de waarheid. Het is een illusie.

 

Descartes geeft dit in zijn ‘Over de methode’ ook aan en komt er daarop op dat alleen de gedachte ‘echt’ is. Het boek ‘Een cursus in wonderen’ neemt ons heel diep mee in dit idee en geeft er ook een verklaring voor. Het is een buitengewoon raadselachtig boek waarvan de auteurs beweren dat het is ingegeven door een innerlijke stem die zich niet voorstelt, maar wordt beschouwd als de stem van Jezus. Het vertelt in zeer uiteenlopende bewoordingen en bepaald niet-gestructureerd dat op enig moment God een perfecte ‘wereld’ heeft gemaakt. Deze wereld is niet fysiek, kent geen tijd, kent geen afstand en bestaat louter uit liefde. Het is de perfecte ‘wereld’.

 

Op enig moment vind God het niet goed dat hij deze geweldige ‘wereld’ alleen voor zichzelf heeft en creëert daarom een zoon waarmee hij deze ‘wereld’ kan delen. De zoon komt echter op enig moment bij zijn vader en vraagt dan iets dat niet mogelijk is. Wat dit is wordt niet verteld, maar duidelijk is dat de zoon niet genoeg heeft aan liefde alleen.

 

Boek 2: Een ongewoon gesprek met God

Hoewel ik dit boek eerder heb gelezen dan ‘Een cursus in wonderen’ – het is ook buitengewoon veel toegankelijker! – lijkt het in alles een antwoord te geven op de vraag wat de zoon dan wilde en wat de vader niet kon geven. Ook de schrijver van dit boek baseert zich er op dat alles wat hij schrijft is ingegeven door God zelf via een innerlijke stem en deze innerlijke stem geeft toelichting op het bestaan van de aarde op een wijze, die naadloos aansluit op dat wat de zoon aan zijn vader zou hebben kunnen vragen en wat de vader niet kon geven.

 

Deze toelichting is dat ‘God’ c.q. de innerlijke stem vertelt dat in eerste instantie alles liefde is. Hierdoor kon hij echter de waarde van liefde niet ervaren en om echt te ‘zijn’ creëerde hij tegenover deze liefde de haat. Vervolgens splitste hij zichzelf en oneindig veel delen (lees: de mens) en liet al deze mensen alles ervaren dat zich tussen haat en liefde bevindt. Deze ervaringen laat hij terugvloeien naar zichzelf en op die wijze kan hij ‘ervaren’ en ‘zijn’. Tegelijkertijd heeft de vader ingegrepen in dit experiment en alle mensen voorzien van een stukje liefde op een wijze dat uiteindelijk iedereen daar weer op uitkomt.

 

Met liberale groeten,

 

 

Peter Lamberts